Hoofdstuk
7 | Grafieken maken
Met
een grafiek kunt u snel duidelijk maken wat u wilt zeggen. Met
een grafiek kunt u werkbladgegevens transformeren zodat het mogelijk
wordt om vergelijkingen, patronen en trends weer te geven.
7.1
Een grafiek maken
1.
Selecteer
de gegevens die u wilt opnemen in het diagram, inclusief de kolomtitels
en de rijlabels
2.
Klik
op het tabblad Invoegen in de groep grafieken
3.
Klik
in de groep Grafieken op de knop Kolom of een andere grafiektype
Nadat
u op Kolom hebt geklikt worden een aantal typen kolomdiagrammen
weergegeven.
Klik op de Gegroepeerde
kolom onder 2D-kolom
7.1.1
Een grafiek verplaatsen in hetzelfde werkblad
U
kunt een grafiek in het werkblad verplaatsen naar een andere plek
in hetzelfde werkblad.
·
Klik
op een wit gedeelte in de grafiek, een ruit met vier pijlen verschijnt
·
Klik
met de rechtermuis en houdt deze ingedrukt
·
U
kunt nu de grafiek verslepen naar een andere plek op het werkblad
7.1.2
Een grafiek verplaatsen naar een ander werkblad
U
kunt een grafiek ook verplaatsen naar een ander werkblad.
·
Klik
op de grafiek. Boven het lint verschijnt Hulpmiddelen voor grafieken
·
Klik
hierop waarna Hulpmiddelen voor grafieken wordt weergegeven
·
Klik op het tabblad Ontwerpen
·
Klik op de knop Grafiek verplaatsen
·
In het dialoogvenster wat verschijnt, klikt u op
de pijl achter Object in:
·
U selecteert het werkblad waar u de grafiek naartoe
wilt verplaatsen
·
Vervolgens klikt u op de knop OK
7.1.3
Een grafiek verplaatsen naar een nieuw werkblad
U
kunt een grafiek ook verplaatsen naar een nieuw werkblad.
·
Klik
op de grafiek. Boven het lint verschijnt Hulpmiddelen voor grafieken
·
Klik
hierop waarna Hulpmiddelen voor grafieken wordt weergegeven
·
Klik op het tabblad Ontwerpen
·
Klik op de knop Grafiek verplaatsen
·
In het dialoogvenster wat verschijnt, vinkt u Nieuw blad: aan
·
Geef het nieuwe werkblad een naam, bv: Grafiek km
·
Vervolgens klikt u op de knop OK
·
U ziet dat Excel een nieuw werkblad genaamd Grafiek km heeft toegevoegd
7.1.4
Een grafiek verwijderen
·
Klik
op een wit gedeelte in de grafiek die u wilt verwijderen
·
Klik
op de toets Del van uw toetsenbord en de grafiek is verwijderd
7.2
Grafieken ontwerpen
Afhankelijk
van wat u met uw grafiek duidelijk wilt maken, kunt u voor verschillende
grafiektypen kiezen of de kolommen en rijen omdraaien. Dit kan de
leesbaarheid van de grafiek verbeteren.
7.2.1
Een ander grafiektype kiezen
·
Klik
op de grafiek. Boven het lint verschijnt Hulpmiddelen voor grafieken
·
Klik
hierop waarna Hulpmiddelen voor grafieken wordt weergegeven
·
Klik
op het tabblad Ontwerpen
·
Ga naar de groep Type en klik op de knop Ander grafiektype
·
In het dialoogvenster Grafiektype wijzigen kunt
u de gewenste grafiek selecteren
·
Klik vervolgens op OK
7.2.2
Rijen en kolommen omdraaien
·
Klik
op de grafiek. Boven het lint verschijnt Hulpmiddelen voor grafieken
·
Klik
hierop waarna Hulpmiddelen voor grafieken wordt weergegeven
·
Klik
op het tabblad Ontwerpen
·
Ga naar de groep Gegevens en klik op de knop Rijen/kolommen
omdraaien
U
zult zien dat de kolommen en rijen zijn omgekeerd.
7.2.3
Grafiekindeling wijzigen
·
Klik
op de grafiek. Boven het lint verschijnt Hulpmiddelen voor grafieken
·
Klik
hierop waarna Hulpmiddelen voor grafieken wordt weergegeven
·
Klik
op het tabblad Ontwerpen
·
Ga naar de groep Grafiekindeling en klik op de pijl,
er verschijnt een overzicht met verschillende indelingen
·
Klik op de indeling van uw keuze
7.2.4
Grafiekstijl wijzigen
·
Klik
op de grafiek. Boven het lint verschijnt Hulpmiddelen voor grafieken
·
Klik
hierop waarna Hulpmiddelen voor grafieken wordt weergegeven
·
Klik
op het tabblad Ontwerpen
·
Ga naar de groep Grafiekstijlen en klik op de pijl, er verschijnt
een overzicht met verschillende stijlen
·

Klik op de stijl van uw keuze
7.3
Grafieken indelen
Op
eenvoudige wijze kunt u zelf voor een andere indeling kiezen. Zo
kunt u een titel aan de grafiek toekennen of de assen voorzien van
een titel of deze aan een andere kant van de grafiek plaatsen.
7.3.1
Grafiektitel en astitels invoegen en opmaken
·
Klik
op de grafiek. Boven het lint verschijnt Hulpmiddelen voor grafieken
·
Klik
hierop waarna Hulpmiddelen voor grafieken wordt weergegeven
·
Klik in het tabblad Indeling op de knop Grafiektitel
als u een titel aan de grafiek wilt toekennen
·
Klik op de knop Astitels als u de horizontale of
vertikale as een titel wilt toekennen
·
Heeft u gekozen voor de knop Grafiektitel dan verschijnt
er een dialoogvenster waarmee u kunt kiezen waar u in de grafiek
de titel geplaatst wilt hebben
·
Heeft u gekozen voor de knop Astitels dan verschijnt
er eveneens een dialoogvenster waarmee u kunt kiezen waar u in
de grafiek de titel geplaatst wilt hebben
·
Type vervolgens de titel of astitel, de tekst verschijnt
in de Formulebalk
·
Klik op de enter toets van uw toetsenbord en de titel
of astitel verschijnt in de grafiek
·
U kunt de titel of astitel van verdere opmaak voorzien
door onder in het dialoogvenster op Meer opties voor titel te klikken
·
In het venster wat u te zien krijgt, kunt u achtereenvolgens
de opmaak van de titel of astitel verder verfijnen door te kiezen
voor één van de opties in het linkerkader: opvulling, randkleur,
randstijlen, schaduw, 3D-opmaak en uitlijning
·
Nadat u de titel of astitel heeft aangepast keert
u weer terug door onder in het dialoogvenster op Sluiten te klikken
7.3.2
Legenda, gegevenslabels en gegevenstabel
U
kunt uw grafiek van gegevens voorzien wat de duidelijkheid van de
grafiek kan vergroten.
·
Klik
op de grafiek. Boven het lint verschijnt Hulpmiddelen voor grafieken
·
Klik
hierop waarna Hulpmiddelen voor grafieken wordt weergegeven
·
Klik
op het tabblad Indeling
1. Klik
op Legenda als u de kolomtitels die u heeft ingevoerd wilt toevoegen,
verwijderen of
positioneren
2. Klik
op Gegevenslabels als u de gegevens die u in het werkblad heeft
ingevoerd wilt toevoegen,
verwijderen
of positioneren
3. Klik
op Gegevenstabel als u alle ingevoerde gegevens in het werkblad
in beeld wilt krijgen, deze
weer
wilt verwijderen of positioneren
7.3.3
Assen bewerken
U
kunt de stand van de assen wijzigen en deze al dan niet voorzien
van labels.
·
Klik
op de grafiek. Boven het lint verschijnt Hulpmiddelen voor grafieken
·
Klik
hierop waarna Hulpmiddelen voor grafieken wordt weergegeven
·
Klik
op het tabblad Indeling
·
Klik op de knop Assen
·
U kunt nu de Horizontale as of de Verticale as bewerken.
Het dialoogvenster wat verschijnt geeft de mogelijkheden weer
7.3.4
Rasterlijnen toevoegen of verwijderen
U
kunt de grafiek al dan niet voorzien van horizontale of verticale
rasterlijnen.
·
Klik
op de grafiek. Boven het lint verschijnt Hulpmiddelen voor grafieken
·
Klik
hierop waarna Hulpmiddelen voor grafieken wordt weergegeven
·
Klik
op het tabblad Indeling
·
Klik op de knop Rasterlijnen
·
U kunt kiezen voor het Horizontale rasterlijnen of
de Verticale rasterlijnen. Het dialoogvenster wat verschijnt geeft
de mogelijkheden weer
7.3.5
Analyse
U
kunt aan de grafiek een trendlijn toevoegen.
·
Klik
op de grafiek. Boven het lint verschijnt Hulpmiddelen voor grafieken
·
Klik
hierop waarna Hulpmiddelen voor grafieken wordt weergegeven
·
Klik
op het tabblad Indeling
·
Klik op de knop Analyse
·
Klik vervolgens op de knop Trendlijn
·
U kunt nu de gewenste trendlijn kiezen waarna er
een klein dialoogvenster verschijnt
·
Kies de reeks waarvan u de trendlijn wilt toevoegen
en klik op de knop OK
7.4
Grafieken opmaken
Op
eenvoudige wijze kunt u zelf een grafiek opmaken.
7.4.1
Tekengebied selecteren
·
Klik
op de grafiek. Boven het lint verschijnt Hulpmiddelen voor grafieken
·
Klik
hierop waarna Hulpmiddelen voor grafieken wordt weergegeven
·
Klik
op het tabblad Opmaak
·
Om
uw grafiek van een andere opmaak te voorzien bepaalt u eerst welk
onderdeel van de grafiek u wilt bewerken
·
Dit
doet u door in de groep Huidige selectie op Tekengebied te klikken
·
Vervolgens
klikt u op dat onderdeel van de grafiek wat u wilt voorzien van
een andere opmaak
7.4.2
Snelle en eenvoudige opmaak van het tekengebied
·
Nadat
u bepaald hebt welk onderdeel u wilt voorzien van een andere opmaak,
gaat u naar de groep Vormstijlen om op eenvoudige en snelle wijze
de opmaak van het geselecteerde onderdeel te wijzigen
·
Klik
op de pijl achter de ABC knoppen
·
Er
verschijnt een venster met mogelijkheden
·
Door
met de muis boven één van de opties te bewegen, ziet u direct het
resultaat in de grafiek
·
Door
te klikken bepaald u de keus
7.4.3
Zelf de opmaak van het tekengebied bepalen
U
kunt er ook voor kiezen om zelf de opmaak te bepalen door het aanklikken
van: Opvullen van Vorm, Omtrek van vorm en Vormeffecten
7.4.4
Het tekengebied tot in detail opmaken
U kunt ook tot op detail
de opmaak zelf bepalen.
·
Nadat
u bepaald hebt welk onderdeel u wilt voorzien van een andere opmaak,
klikt u op Selectie bewerken
·
In het venster wat u te zien krijgt kunt u achtereenvolgens
de opmaak van de astitel verder verfijnen door te kiezen voor één
van de opties in het linkerkader: opvulling, randkleur, randstijlen,
schaduw, 3D-opmaak en uitlijning
·
Nadat u de astitel heeft aangepast keert u weer
terug door onder in het dialoogvenster op Sluiten te klikken
7.4.5
Terugkeren naar de overeenkomstige stijl
Op
een snelle manier kunt u weer terugkeren naar de overeenkomstige
stijl door op de Opnieuw instellen in overeenkomst met stijl te kiezen